Voorzomer was beter dan vakantieperiode

Ben Lankamp
Ben Lankamp 2 september 2017 07:22 uur
Laatste update: 2 september 2017 08:33 uur
Vanaf maandag zijn alle zomervakanties in Nederland voorbij. De voorzomer, van 1 juni tot 15 juli, was dit jaar gemiddeld een stuk warmer en zonniger dan de hoogzomer, van 15 juli tot 31 augustus.

Fraaie voorzomer met vijf tropische dagen

De voorzomer, voor het gemak de periode van 1 juni tot 15 juli, werd gekenmerkt door meerdere perioden van fraai zomers weer. Op twintig dagen werd het minstens 25 graden ergens in Nederland, op vijf dagen zelfs 30 graden of hoger. Er waren 61 uren met regen, waarin in totaal gemiddeld 110 mm viel.

Een indicatie van hoeveel warmte er geweest is, wordt gegeven door het warmtegetal. Dat wordt berekend door het aantal graden dat de gemiddelde etmaaltemperatuur van elke dag boven de 18 graden ligt, op te tellen. Met andere woorden, hoe warmer, hoe meer punten.

Het warmtegetal in de voorzomer was gemiddeld 41 punten tegenover normaal 28 punten. De voorzomer leverde dus aanmerkelijk meer warmte op dan normaal. Het puntental liep uiteen van 17 punten in het noordwesten tot 80 punten in Limburg.

Wat de zon betreft, die scheen gemiddeld 306 uur, tegenover normaal 292 uren. Maar er waren wel grote verschillen: in Enschede werden 272 zonuren gemeten, in Den Helder 344 zonuren. De kustgebieden hadden dus duidelijk de beste papieren.

In de hoogzomer dit jaar vaak wisselvallig

Vanaf het moment dat de zomervakanties begonnen, werd het wisselvalliger en koeler weer. Dat zien we terug in de cijfers. Van 15 juli tot en met 31 augustus waren er veertien dagen met 25 graden in Nederland en slechts twee dagen met 30 graden. Er waren 71 uren met regen, waarin in totaal gemiddeld 135 mm viel.

Het warmtegetal bleef steken bij 10 punten in het noordoosten tot 58 punten in het zuidoosten. Het gemiddelde was 27 punten tegenover normaal 45 punten. De hoogzomer werd dus duidelijk gekenmerkt door een tekort aan warmte.

De zon scheen gemiddeld 299 uur, tegenover normaal 300 uren. Dat was dus genoeg normaal. Er was wel opnieuw een behoorlijk verschil tussen het binnenland en de kustgebieden. In Maastricht waren 270 zonuren tegenover 340 zonuren in Den Helder.

Hoe zeldzaam?

Het is vrij zeldzaam dat de voorzomer duidelijk beter weer oplevert dan de hoogzomer. Het wordt ook zeldzamer: in de afgelopen dertig jaar (1988-2017) kwam het acht keer voor, maar de dertig jaar daarvoor (1958-1987) nog dertien keer.

Meeste warmte in voorzomer (bruin-rood) en hoogzomer (geel), periode 1988-2017

We zien de verklaring daarvoor in andere cijfers: de hoogzomer is 1,5 graad opgewarmd in de laatste 50 jaar, terwijl de voorzomer 'maar' 0,7 graden is opgewarmd. Die opwarming is deels een gevolg van de mondiale opwarming, maar er speelt nog meer. De voorzomer is namelijk minder zonnig en natter geworden, en de hoogzomer juist zonniger en droger.

Deel:

Files en vertragingen